Kernconcepten per Filosofische Stroming
Fenomenologie
– Intentionaliteit
Elke bewustzijnsact is óók een gerichtheid op iets (noesis) met een inhoud (noema).
– Corporele intentionaliteit
Het lichaam (Leib) is actief subject van waarneming, niet louter object.
– Epoché
Het opschorten van vooroordelen en theoretische kaders om fenomenen zuiver te beschrijven.
– Eidetische reductie
Imaginair variëren om onvoorwaardelijke, essentiële kenmerken van een fenomeen te isoleren.
– Leefwereld (Lebenswelt)
De pretheoretische, alledaagse wereld waarin betekenis vanzelf ontstaat.
– Horizonaliteit
Ervaringen verschijnen altijd tegen een achtergrond van impliciete mogelijkheden en verwachtingen.
—
Existentialisme
– Vrijheid
De menselijke mogelijkheid om keuzes te maken, ook onder omstandigheden die ons gevormd hebben.
– Verantwoordelijkheid
De last én kracht die hoort bij de erkenning van onze eigen keuzes.
– Angst (Angst)
Existentieel bewustzijn van niet-weten en de enige verantwoordelijkheid voor je bestaan.
– Authenticiteit
Zelfzijn door je keuzes te realiseren in overeenstemming met je diepste waarden.
– Geworpenheid (Geworfenheit)
Het gegeven dat we zonder keuze in een tijd, cultuur en situatie zijn geworpen.
– Projectiviteit
De continue oriëntatie op toekomstige mogelijkheden en zelfontwerp.
– Articulatie
Het ‘nu’-moment waarin verleden en toekomst samenkomen in een bewuste daad van besluit.
—
Stoïcisme
– Amor Fati
Liefde voor het onvermijdelijke lot en alle ervaringen als bouwstenen van je zelf.
– Dichotomie van controle
Onderscheid maken tussen wat in je macht ligt (je houding, keuzes) en wat niet (omstandigheden).
– Ataraxia
Innerlijke onverstoorbaarheid door juiste inschatting van wat je kunt controleren.
– Apatheia
Emotionele evenwichtigheid: geen overweldiging door irrationele passies.
– Askese
Zelfdiscipline en oefening in deugdzame handelingen conform de rede.
—
Hermeneutische Fenomenologie
– Fusie van horizonten
Het samensmeltende begrip van de horizon van de waarnemer en die van de tekst/ander.
– Vooronderstellingen (Prejudices)
Onvermijdelijke aannames die betekenisvorming voorafgaan en die je moet expliciteren.
– Dialoog en Taal
Taal als medium waarin ervaringen en interpretaties dynamisch tot stand komen.
– Horizonale circulariteit
Begrijpen in cirkelgang: tekst/ervaring gelezen vanuit voorkennis en die kennis aangepast door de lezing.
—
Door deze kernconcepten per stroming te herkennen en te oefenen, kun je bewust schakelen tussen manieren van kijken, voelen en handelen. Zo verrijk je je persoonlijke ontwikkeling met filosofische diepgang én praktische toepasbaarheid.
